Verminderd gezichtsvermogen – wanneer u slecht ziet

Met een verminderd gezichtsvermogen bedoelen wij alle afwijkingen van het optimale zien die ontstaan door fouten bij de lichtbreking in het oog. Deze brekingsfouten maken dat het brandpunt waarop de lichtstralen bij elkaar komen niet op het netvlies ligt, maar ervoor of erachter. Ook is het mogelijk dat het licht niet correct wordt gebundeld en dat er geen exact brandpunt ontstaat. Dit is het geval bij cilinders.

Wanneer men nagaat hoe de weg van een voorwerp tot een beeld in de hersenen verloopt, wordt duidelijk dat het zien een ingewikkeld proces is dat op veel manieren verstoord kan zijn.

Wat gebeurt er in het oog bij iemand die goed ziet?

Goed zien is afhankelijk van meerdere factoren. Het proces kan in afzonderlijke stappen worden verdeeld:

  • Lichtstralen worden door het object gereflecteerd en vallen op het oog.
  • Op het hoornvlies worden de binnenkomende lichtstralen gebroken, waarna ze door de lens verder worden afgeleid en gebundeld.
  • Het brandpunt van de gebundelde lichtstralen valt op het netvlies, of beter gezegd: in de inzinking (fovea centralis) in het midden van de zogenoemde gele vlek (macula lutea). Op deze plaats is het zicht het best en ontstaat een duidelijk beeld.

Wat gebeurt in het oog bij verminderd gezichtsvermogen?

Het proces van het zien kan op verschillende plaatsen verstoord zijn:

  • daar waar het licht wordt gebroken, dus als eerste op het hoornvlies (bv. onregelmatige kromming van het hoornvlies ) en daarna in de lens;
  • daar waar het licht wordt gebundeld, dus in de lens zelf (bv. troebeling van de lens, ontbrekende accommodatie);
  • daar waar het licht op de zenuwuiteinden komt, dus op het netvlies (bv. loslaten van het netvlies of slecht doorbloed netvlies bij groene staar).

Afhankelijk van waar en hoe de storing optreedt, zijn er verschillende methoden en hulpmiddelen om deze op te heffen: met een bril, met contactlenzen en uiteraard door een ooglaserbehandeling.

Bij International Vision Centers onderzoeken we bij iedere klant eerst zorgvuldig wat de oorzaak is van het verminderde gezichtsvermogen. Per afwijking kijken we of en in hoeverre het gezichtsvermogen met een ooglaserbehandeling verbeterd zou kunnen worden. Een overzicht van de oorzaken van verminderd gezichtsvermogen die met een behandeling kunnen worden hersteld:

  • Bijziendheid (myopie)
  • Verziendheid (hypermetropie)
  • Cilinders (astigmatisme)
  • Ouderdomsverziendheid – “de leesbril” (presbyopie)